Oudwijk

Oudwijk 19, Utrecht

Het huidige witgepleisterde, vijf vensters brede blokvormige huis Oudwijk dateert uit 1864. Naast het huis zijn er nog de hardstenen palen van het vroegere toegangshek bewaard gebleven en een aantal bomen, die nu in de tuin van het ernaast gelegen huis (Oudwijkerlaan 47) staan.

De buitenplaats Oudwijk is ontstaan uit het Klooster Oudwijk, dat in 1131 door Machteld, burggravin van Utrecht voor 20 tot 30 adellijke dames werd gesticht. Oorspronkelijk werd het de Benedictijner Stevensabdij genoemd. Na de Reformatie werd het klooster gesloten en in 1584 grotendeels afgebroken omdat men bang was dat de Spanjaarden het als steunpunt zouden gebruiken. Het nog overbleef werd als buitenplaats verkocht en de landerijen verpacht.

Het huis Oudwijk bestond waarschijnlijk voor een deel uit het oude hoofdgebouw dat in 1584 gespaard bleef. In 1663 liet Gerard van Reede, heer van Drakenstein, een oude gracht tot vijver vergraven. Verschillende vooraanstaande Utrechters hebben het huis bewoond, waaronder Hieronymus van Alphen. In 1786 laat hij zijn bezit uitbreiden en verfraaien als 'een hof of plaisiertuijn, met een huijsinge, coepel en hovenierswoning, strekkende voor van de Maliebaan tot aan 't warmoeseniersland van de buitenplaats Oudwijk'. In de tuin lag een vijver, die samen met de omringende muur, nog uit de tijd van het klooster stamden.

In 1830 werd het huis een poosje kostschool. De laatste bewoonster was mevrouw Boxman-Winkler. Tot 1864 bleef het huis onveranderd en bestond in 1860 uit een hoofdgebouw en een zuidelijke aanbouw. Het huis bezat tegen de oostgevel een uitgebouwde serre. De tuin was al in de 19e eeuw veranderd in een landschapspark waarbij de oude kloostermuur werd afgebroken. In 1864 werd het huis verbouwd tot het huidige huis.


Youtube

Facebook

Twitter