$currentPage/titel

Bijzondere tuingebouwen bij buitenplaatsen

Naast het landhuis of kasteel, bevat een buitenplaats doorgaans meerdere tuingebouwen. Denk aan de oranjerie, waar men 's winters citrusplanten liet overwinteren. Ook waren er gebouwtjes die tot en met de 18de eeuw als 'buitenkamer' dienden. De vele theekoepels en tuinpriëlen langs de Vecht zijn daarvan een voorbeeld. Daarna waren de tuingebouwen vaak bedoeld om een bepaald deel van de tuinaanleg te accentueren. Duiventorens en pagodes deden hun intrede, maar ook nepruïnes en rotshuisjes die ook wel met 'folly' worden aangeduid. We maakten voor u een kleine selectie van tuingebouwen bij buitenplaatsen in de provincie Utrecht.

Oranjerieën

Oranjerie en tuinmanswoning Oostbroek. Bron: WikipediaNa het einde van de 80-jarige oorlog in 1648 kwam in Nederland de oranjerie tot bloei. Deze was bedoeld om uitheemse gewassen te verzamelen. Om de citroen- en sinaasappelboompjes die in kuipen werden gekweekt te laten overwinteren, werden aan de oranjerie diverse eisen gesteld. Zo moest het gebouw bij voorkeur op het zuiden liggen en een gevel hebben met grote hoge ramen voor een goede lichtinval en een optimaal gebruik van de zon. Ook moest het gebouw hoog zijn om rondzwevende dampen de ruimte te geven en daarnaast was isolatie belangrijk om de stookkosten te beperken. In de 19de eeuw was er een hernieuwde belangstelling voor de oranjerie. Vanaf dat moment werd het verzamelen van exotische planten een mode; ze hadden toen met name decoratieve functie. Vooral tussen1860 en 1890 werden veel oranjerieën gebouwd waaronder op de Stichtste Lustwarande in de provincie Utrecht. Op dit moment is er nog een aantal oranjerieën in gebruik voor het laten overwinteren van planten. Veel andere hebben een nieuwe bestemming gekregen als woonhuis, kapel, schuur, kantoor, theeschenkerij of restaurant. Twee bijzondere oranjerieën zijn die bij kasteel Amerongen en buitenplaats Oostbroek.

In Amerongen is de oranjerie onderdeel van de tuinmuur waarbij zich aan de buitenkant van de muur nog steeds een duiventil bevindt. De hoge openslaande glazen deuren herinneren aan de oorspronkelijke functie van de oranjerie. Nu wordt de ruimte verhuurd voor evenementen. Op Oostbroek in De Bilt is de oranjerie tegen de tuinmanswoning aan gebouwd. Tegenwoordig is hier 't Winkeltje' van het Utrechts Landschap gevestigd dat vers fruit verkoopt en andere streekproducten.

Theekoepels

Theekoepels vormen een typisch Nederlands verschijnsel en zijn ontstaan nadat in 1616 de VOC thee meebracht uit het Verre Oosten. Het werd voor welgestelden al gauw een kwestie van status om een theekoepel te hebben en er te ontspannen onder het genot van een kopje thee. Maar ook koffie of een glaasje wijn werd geschonken. Vaak kregen ze plek op een punt met een bijzonder uitzicht, zoals aan een rivier of op een heuvel, meestal zo dat men ook zelf kon worden gezien. De theekoepel kon verschillende vormen aannemen en was vierkant, zes- of achthoekig met daarop een koepel of een tentdak. Bekend zijn de theekoepels aan de Vecht, maar ook op de Utrechtse heuvelrug zijn ze te vinden. Zo liet J.B. Stoop, een rijke 19de eeuwse bankier, in 1840 op zijn landgoed Henschoten een theekoepeltje in neoclassicistische stijl bouwen door tuinarchitect J.D. Zocher jr. De koepel die rondom is voorzien van zuilen, was het eerste deel van een buitenplaats die hij daar wilde aanleggen. Later kocht hij een naar zijn idee betere locatie in Zeist en liet daar zijn huis 'Molenbosch' bouwen. De koepel verhuisde niet mee en bleef min of meer verweesd achter om de geschiedenis in te gaan als 'De Koepel van Stoop'. Op dit moment is hier een kunstenaarsatelier gevestigd.

Duiventillen

Duiventoren bij Huis te Linschoten. Bron: WikipediaHet houden van duiven was vroeger een 'heerlijk recht' voorbehouden aan adellijke personen. Daarom staan duiventillen of duivenhuizen van oudsher vooral bij landgoederen en buitenplaatsen. De duiven werden niet alleen voor de sier gehouden maar ook voor het vlees; dit werd als delicatesse beschouwd. Ook werden postduiven gehouden om mee te nemen op reis zodat ze berichten konden overbrengen naar het thuisfront. Ten slotte mag niet onvermeld blijven dat de duivenpoep werd gebruikt om grond te bemesten.

De eigenaren van duiventillen hebben zich vaak uitgeleefd in de vreemdsoortigste bouwsels waarvan er in Utrecht verschillende zijn te bewonderen. Een vroeg exemplaar is te vinden bij Huis te Linschoten. Deze vierkante zeventiende-eeuwse duiventoren is van baksteen en IJsselsteentjes en bestaat uit twee bouwlagen. Het blauwe Oud-Hollandse pannendak heeft een zogenaamd 'tentdak'. Vanwege de vierkante vorm van deze duiventoren (één van de twaalf in Nederland) en zijn ouderdom (vroeg voorbeeld uit het midden van de zeventiende eeuw) is deze uniek te noemen.

Duiventil landgoed Pavia. Bron: Landschap Erfgoed Utrecht

De duiventoren bij huis Doorn, zichtbaar vanaf de Doornseweg, heeft weer een ander uiterlijk. Deze bakstenen en cilindervormige duiventil uit 1874 is grijs gepleisterd en heeft een oranje pannendak. De oorspronkelijke walvisribben waar het bouwwerkje op ruste, zijn door eikenhouten staanders vervangen.

Op landgoed Pavia in Zeist staat een achthoekige houten duiventoren uit 1880. Het onderste deel fungeerde als kippenverblijf, terwijl het kleinere torentje op het dak het onderkomen vormde voor de duiven. Het kwam vaker voor dat duiventorens meerdere functies hadden. Zo werd de ruimte op de begane grond soms ook gebruikt als opslagplaats of om varkens te houden.

Follies

Follies zijn bouwwerken die in de eerste plaats als decoratie of ter vermaak dienden. Ze zijn afkomstig uit Engeland ('folly' betekent dwaas) en hebben direct te maken met de Engelse landschapstijl die vanaf ongeveer 1720 ontstond en in de loop van de 18de eeuw over Europa verspreid raakte. Daarbij werd geprobeerd om parken zo in te richten dat ze op een natuurlijk landschap leken. Om het schilderachtige effect te vergroten werden in die parken allerlei gebouwtjes neergezet zoals tempels, pagodes, nepruïnes, rotshuisjes, grotten en schijnkapellen. Maar ook de eerdergenoemde theekoepels en duiventorens worden vaak als folly beschouwd vanwege de uitzonderlijke vorm die ze soms aannamen.

Keienhuisje Blookerpark. Bron: HUA Ook in de provincie Utrecht zijn tuinfollies te vinden op buitenplaatsen. Aan de overzijde van de Amersfoortsweg langs de 18de eeuwse buitenplaats Oud-Zandbergen in Huis ter Heide (gemeente Zeist), is bijvoorbeeld een met keien bekleed huisje te vinden. Nu ligt dit in het Blookerpark, genoemd naar de cacaofabrikant J. Blooker die het park heeft laten aanleggen. Opmerkelijk is dat boven de deur van het 'keienhuisje' een valse datum staat: MDCC (1700). In werkelijkheid is dit huisje 200 jaar jonger! Dat de wijzerplaat 'half tien' aangeeft, is mogelijk een verwijzing naar de reclameslogan van Blooker Cacao: 'Het is Blooker-tijd'. Hoewel follies niet altijd een functie hebben, was dit keienhuisje waarschijnlijk ooit een theekoepel.

Kluizenaarsgrot op De Paltz. Bron: WikipediaEen zeer zeldzame type folly in Nederland is de kluizenaarsgrot, ook wel hermitage genoemd. In het hart van de Utrechtse Heuvelrug, op landgoed De Paltz in Soest is zo'n grot uit 1883-'84 te vinden. Het bouwwerkje is gemaakt van sintels (uitgebrande steenkool), baksteen en onregelmatig gevormde stenen dat door cement bij elkaar wordt gehouden, terwijl het dak wordt gedragen door spoorrails. Binnen bevindt zich een beeld van een zittende monnik, waarvan het hoofd is vernield door vandalen. De monnik houdt met een hand een kruis voor de borst, terwijl hij oorspronkelijk in zijn andere hand een boek vasthield. De folly maakt deel uit van een doolhof. Het doolhof is niet meer herkenbaar, de kluizenaarsgrot nog wel ondanks dat deze enigszins is vervallen.

Websites en literatuur

Duiventillen op website Kastelen in Nederland

Blookerpark op website Buurt- en Belangenvereniging Huis ter Heide

Hetty W.M. Giezen-Nieuwenhuys, Nederlandse duiventillen : historische duifhuizen geschilderd en beschreven, Zutphen 1987.

Erik Geytenbeek, Oranjerieën in Nederland, Alphen aan den Rijn 1991

Wim Meulenkamp, Follies en tuinsieraden, Utrecht 1994 (Stichtse Monumentenreeks ; 3)

A.J.A.M. Lisman, 'Theekoepels in Nederland. Kijken en bekeken worden langs de kant van de weg', Arcadië (2012) jrg. 4, afl. 1, pp. 36-41.



Youtube

Facebook

Twitter